Ik deel dit persoonlijke verhaal, omdat ik geloof dat het erbij hoort als je anderen wilt helpen. Soms is herkenning al genoeg om iemand het gevoel te geven dat ze niet alleen zijn. Twintig jaar later sta ik hier op het punt wat ik niet had voorgesteld, soms zou ik het liefst iemand anders zijn.
Ik heb talent, maar niemand ziet het doordat ik enorme pieken en dalen heb gehad met mijn Complexe Post traumatische stress stoornis. Ik heb niets gehad aan mijn school, niets aan mijn ervaring, niets aan mijn loyaliteit. Zelfs niets aan het eindeloze streven om mezelf perfect te maken, om te blijven vechten tot het goed genoeg zou zijn. Misschien begon het al in een opvoeding waarin ik altijd voelde dat het nooit genoeg was.
Elke dag raakte ik verder afgeleid van mijn dromen. Ik leefde in een fantasie, zonder te beseffen dat ik stil stond. Ik geloofde in doen, niet in denken. Ik wilde dat iedereen om mij heen gelukkig was, dat er vrede was, gezelligheid, verbinding. Maar het heeft me niets gebracht. Ik spreek niemand meer uit die tijd. Mijn naam werd door de modder gehaald. Mijn trauma’s werden gebruikt om een beeld van mij te schetsen dat niet klopt. En telkens als ik probeerde los te laten, het met liefde te benaderen, bleek ik opnieuw de verkeerde liefde te hebben gezien.
Hoe ga je verder als niets lijkt te groeien?
Waarom ziet niemand de pijn, alleen de fouten? Waar is de liefde die ik zo gul gaf? Was ik dan echt zo’n monster?
Ik voel me alleen. Ik heb er geen zin meer in. Niet depressief, maar leeg. Alsof opladen niet meer lukt. Het is stil, en wat ik hoor wil ik niet meer horen. Wat ik zie irriteert me. Overal lijkt de boodschap dezelfde: hoe waardeloos ik ben. Alsof mensen ervan genieten me te kleineren.
Ik ben klein gemaakt. Klein gehouden. Misschien uit zorg, misschien uit angst, misschien met een zogenaamd goed doel. Maar ik ben niet bang. Was ik dat maar. Dan zou het tenminste ergens zin hebben maar niets raakt mij meer of geeft mij een vuurtje om ervoor te gaan.
Ik solliciteerde op meer dan veertig banen. Voor bijna elke vacature schreef ik een motivatiebrief. Toch sta ik weer bij de voedselbank. Er komt geen geld binnen, maar de rekeningen blijven vallen. Mijn gegevens liggen op straat. Slachtoffer van het baarmoederhalsonderzoek. Na kanker ook nog onveilig. Ik draai in rondjes, word een speelbal van systemen, van andermans blinde vlekken en problemen.
De wereld voelt verwend. Mensen praten liever over mij dan over het leven dat ze hebben. Waarom kunnen we niet zien hoe bijzonder het is dat we leven, dat we elkaar hebben? Waarom moeten frustraties altijd op mij worden afgereageerd? Ik ben het zat om de pispaal te zijn. Hulp lijkt niet te werken. Werk vind ik niet. Zelfs met een hbo-diploma en jaren ervaring kom ik uit bij het doelgroep register. Zelfs de supermarkt zegt nee. En bij de klantenservice vinden ze mij te licht voor het werk pardon? Alles wat ik wilde was werken aan mijn onzekerheid – om uiteindelijk nog onzekerder achter te blijven.
Het begon als een schim, een flits, een afleiding. Ik was alleen. Elke dag droeg ik je met me mee. Ik hoopte. Ik wenste op verandering.
Tot het ineens fout ging. Ineens was ik niet goed genoeg. Ineens was ik alleen de schuldige. Niet capabel genoeg. Had ik toen maar geweten wat dit met mijn leven zou doen. Hoe mijn onbezorgde leven zou veranderen in een hel. Hoe ik zou veranderen in iets wat ik nooit wilde zijn.
Ik brak. En brak. En brak opnieuw. Iedereen vertrok. Ze noemden me zwak en koud. Niemand zag hoe diep ik zat. Achter gesloten deuren vocht ik elke dag. Ik gaf aandacht, investeerde, bleef geven – maar er kwam niets terug. Mensen verdwenen, zwegen, noemden me ingewikkeld en lastig.
Ik begon steeds meer duistere dingen te zien die het daglicht niet konden verdragen. Ik was in een groot spel terecht gekomen, zo vals dat je niet meer kunt aftasten of de wereld echt of nep is. Ik begon mezelf op te offeren. Dan had ik tenminste nog een doel en misschien kwam ik er dan uit. Ik ging door, alsof het niet de laatste druppel was die ik kon dronking. Ik zocht verdoving en lachte mijn problemen weg en vocht met donkere geesten.
Niemand zag het verborgen leven, we deden alsof alles normaal was. Het voelde alsof iedereen wegkeek. Als je niets zegt, gaat het vanzelf over? Tot ik iedereen kwijt was, ook mijn familie. Ook mijn vrienden. Iedereen verdween. Goodbye.
Was ik daarom verhuist om het drama achter mij te laten? Even ging het weer goed. Ik haalde mijn propedeuse. Had een fulltime baan. Tot het daar ook misging. Eén verkeerde opmerking op het verkeerde moment en ik kon vertrekken. Weer een te gevoelige blinde vlek geraakt, weer vertrekken, weer schulden. Weer alles kwijt waar ik voor gevochten had. En nu? Werkloos. Afgewezen. Weer dat register. Weer die stempel. Misschien is dit de oneerlijke waarheid. Misschien is het je gelukt me erin te luizen. Maar geen dal is diep genoeg om mij te laten vallen. Dus ik ga door. Tot het diepste einde. En ja ik wilde stoppen, maar ik kan het niet. Omdat ik ergens weet dat na elke val de tijden weer veranderen.
Ik had zo graag samen willen wonen met iemand van wie ik hou, zorgen voor twee lieve kinderen, een grote vriendengroep om me heen. Reizen in een zelfgebouwde bus, een foodtruck op festivals, een kringloop, een dieren-café of een kleine camping. Een eigen huis, met schoonheid, rust en misschien een B&B. Had ik dit harder moeten uitspreken? Was het dan wel gelukt? Nu ben ik te oud omdat nog te realiseren. En hoe ga je dan verder?
Nu sta ik hier met lege handen, trillend, zoekend naar vaste grond. Ik vraag me af hoe ik de wereld ooit kan zien zoals die is, in plaats van zoals ik hoop dat hij zou zijn of zoals trauma en pijn hem/het hebben ingekleurd. Wat mij is overkomen voelde als liefde, maar was in werkelijkheid een geraffineerde vorm van verwarring en misbruik, die alles wat puur was onveilig maakte.
Ik schrijf dit niet omdat ik er al ben, ik heb het antwoord ook niet maar ik ben onderweg, misschien jij ook. En misschien is dat genoeg voor nu. Als dit verhaal je het gevoel geeft dat je niet alleen staat of misschien voel je je erdoor gezien — dan heeft het zijn doel bereikt. En blijf duizendpootjes volgen want een duizendpoot is creatief hoe zet je anders al die pootjes zo neer dat ze niet verstrengeld raken en stap je zonder te vallen door. Precies als een duizendpoot het kan waarom wij dan niet?
Reactie plaatsen
Reacties