Scheveningse klederdracht: traditie en geschiedenis in Muzee Scheveningen

Als inwoner van Scheveningen kan een bezoek aan Muzee Scheveningen natuurlijk niet ontbreken. Ook voor mensen die deze badplaats bezoeken is het leuk om hier even naar binnen te lopen. Het museum bestaat uit één verdieping en is daardoor goed te combineren met een bezoekje aan de plaatselijke visboer voor echte Scheveningse vis uit de Noordzee. Proef bijvoorbeeld een heerlijke kabeljauw, haring of makreel, of ga voor een schol, en loop daarna heerlijk langs de boulevard en de pier.

Tot en met 28 juni 2026 is de tentoonstelling Draad & Dracht te zien, waarin je veel informatie krijgt over het dragen van deze dracht en de kostuums van dichtbij kunt bekijken. Daarnaast is er uiteraard ook informatie over het oude vissersdorp. Zo kun je een prachtige oude badkoets bekijken uit de periode 1830–1920, evenals oude prenten en schilderijen van Scheveningen. Ook zijn er schilderijen te zien die de badplaats en de activiteiten van vroeger mooi weergeven.

Aan de buitenkant van het gebouw is een mooi palet van het oude Scheveningse leven te zien. Je ziet hier onder andere een van de hofwoningen, waar soms wel tien tot twaalf mensen in een klein huisje woonden. De mannen werkten vaak in de visserij en de vrouwen waren, naast het verzorgen van de kinderen en het huishouden, vaak actief in beroepen zoals visverkoopster, doekenknoper, naaister, mutsenplooister of nettenboetster.

Naast dat je de oude kostuums kunt bekijken, zijn er ook kunstenaars aan de slag gegaan met het ontwerpen van oude dracht in een nieuw jasje. Het geheel ziet er kleurrijk uit, met prachtige details. Wil je zelf ook een steentje bijdragen, dan is er een leuk project om aan mee te werken en je stem te laten horen.

Leer hoe je een Scheveningse knoop maakt in een groot knopenproject en voorzie deze van een bedel die jouw kledingstijl weergeeft. Zo ontstaat er een mooi samenwerkingsproject, zoals je op de foto al kunt zien. Ik ben heel benieuwd hoe groot dit project in juni zal zijn. Mocht jij bij Muzee Scheveningen zijn, dan vind ik het heel leuk als je dit met mij deelt. Daarnaast is er ook een bord waar je je stem kunt uitbrengen over de Scheveningse dracht: hoe vind jij dat deze vorm moet krijgen?

Ben je na al dat knopen en nadenken moe geworden, dan kun je terecht in het museumcafé voor een heerlijk bakje koffie of thee. Voor de verzamelaars onder ons, die graag een presentje meenemen of opsturen, zijn er bij de kassa ansichtkaarten te koop en is er informatie te vinden over toeristische activiteiten in de omgeving.

De geschiedenreis start bij de boulevard, waar je het Scheveningse vissersvrouwtje kunt zien: voor altijd wachtend op haar man die op zee gebleven is. Op zee gebleven is een Scheveningse uitdrukking voor een man die is omgekomen tijdens zijn werk als visser. De vele omgekomen vissers worden herdacht op het monument aan de muur van de Scheveningse boulevard. Ook mijn overgrootvader, Van Duijvenboden, staat hierop vermeld. Wel heb ik gehoord dat zijn naam niet helemaal juist geschreven is; er schijnt een n te missen in zijn achternaam. Ben je dus in de buurt, laat mij dan weten of je zijn naam hebt gevonden.

De Scheveningse dracht was sober, omdat er veel armoede was in Scheveningen. Toch waren er prachtige details te vinden, zoals een hoofijzer van zilver of goud met mooie versiersels en een leuk mutsje. Zo’n hoofijzer heeft mijn overgrootmoeder nog gedragen. Na het overlijden van mijn oma uit Duindorp is dit doorgegeven aan mijn moeder.

 

Hierboven zie je de mutsjes en hoofdijzers van de Scheveningse vrouwen. Het haar wordt eerst in een middenscheiding gedaan en aan de achterzijde vastgemaakt in een knotje. Daarna gaat het hoofdijzer erop. Dit hoofdijzer wordt versierd met wat men “boeken” noemt: fijne goudfiligrainen knoppen waarin parels zijn verwerkt. Deze worden aan weerszijden van het hoofdijzer bevestigd. Daaroverheen komt een geplooide muts met twee bandjes, die aan de achterzijde wordt vastgezet.

 

Er zijn drie soorten Scheveningse klederdracht: de zondagsdracht, de werkdracht en de dagelijkse dracht.

 

Op zondag werd extra tijd besteed aan de aankleding. Zo was er een speciale zondagmuts, gemaakt van kant. Naast het jackje in kleuren die verwijzen naar het strand, de zee of de kust, werd er een pastelkleurige mantel gedragen. Deze mantel was erg zwaar en werd aan de achterzijde vastgezet met een geplooide band. Als sieraad droeg men een slot met granaten om de hals, tenzij de vrouw in rouw was. In dat geval werd er geen hartspeld gedragen en was de kleding volledig zwart. Ook het zondagsschort was zwart, met een witte band die negge wordt genoemd. Een uitzondering hierop is de Turkse doek, die zowel op zondag als doordeweeks werd gedragen.

 

Doordeweeks was het afhankelijk van het weer of er een dunne onderrok of een dikkere winteronderrok werd gedragen, met daaroverheen een dikke zwarte wollen rok. Deze rok is aan de achterzijde sterk gerimpeld en aan de voorzijde glad. Het verschil met de zondagsdracht is dat het hoofdmutsje dan wit is en gemaakt van batist. Over de rok komt een kleprok, met een losse zak aan een band. Daaroverheen wordt een gevoerd jack gedragen, altijd in een effen kleur.

 

Buiten droeg de vrouw een vierkante schouderdoek met franjes, dubbelgevouwen tot een grote driehoek. In de nek werden plooien gevouwen. Aan de voorkant werd de punt van het doek vastgespeld aan de rokband, en aan de achterkant werd het doek eveneens vastgespeld, waarna de stof er weer overheen werd gelegd. Dit wordt in Scheveningen het hipje genoemd. Aan de voorkant werd het doek vastgezet met een gouden hartspeld met kroontje.

 

De werkkleding was voorzien van een speciaal werkmutsje, dat anders van vorm was en waarbij geen oorijzer werd gedragen.
Een geruit schort was bedoeld voor huishoudelijk werk, de gestreepte drilschort werd doordeweeks netjes gedragen, en het witte schort van zeildoek was voor vrouwen die werkten als nettenboetster — oftewel vrouwen die visnetten repareerden (boeten).

 

Wil je het filmpje met beelden bekijken, klik dan op deze link:
Community Dressing: Scheveningen

 

Gestrikt op de Keizerstraat

 

Vroeger, als men op zoek was naar een nieuw liefje, was de Keizerstraat dé ontmoetingsplek in Scheveningen. Vrouwen liepen er heen en weer, terwijl potentiële aanbidders hen nauwlettend bestudeerden. Aan hun kleding kon veel worden afgelezen: het soort ijzer dat ze droegen, hoe hun schort zat, of ze een dikke of dunne muts droegen, en of er een ketting om hun hals hing.

Het doek van hun schort vertelde iets over hun smaak en hun werk. Draagt een vrouw een strik, dan betekende dit dat ze gestrikt was – ze had al contact met een man. Was je eenmaal gestrikt, dan kon je je langzaam richting de Prins Willemstraat begeven; daar gingen stellen naartoe wanneer de verkering vorderde. In de Scheveningse bosjes was er dan gelegenheid tot vrijen. Wie dit niet deed, werd gezien als niet netjes, en de roddels gingen als vanouds door heel Scheveningen.

Badkoetsen aan het strand

 

Rond 1830–1920 gingen baders de zee in met behulp van de badkoets. De bader trok zijn badkleding aan, stapte in de koets, en een paard trok de koets tot wel 70 meter de zee in. Daar nam de bader een duik in het water voordat hij weer terugkeerde naar de koets. Vervolgens trok het paard de koets terug het strand op, waarna de bader huiswaarts keerde. Bij het baden was altijd een badmeester aanwezig om veiligheid en orde te bewaken. Mannen en vrouwen baadden altijd gescheiden: vaak op aparte stranden, op verschillende tijden en in aparte badkoetsen.

 

Tenslotte is er nog een zaal met enkele aquaria vol zeedieren, een uitgebreide uitleg over de soorten vissen die in de zee leven, diverse kreeftenskeletten, schelpen, een wand vol nep-spookdieren en een kleine diepzeegrot. Je kunt er ook een ouderwetse bomschuit bezoeken die enge geluiden maakt en op en neer beweegt.

Ik hoop dat jullie genoten hebben van deze blog! Wat vonden jullie het leukst om te lezen? En voel je je zelf geïnspireerd om een keer naar het museum te gaan?

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.