De reis begon in Amersfoort, waar ik nog even moest wachten op mijn vader. Samen zouden we vertrekken naar Oostenrijk. Ik liep een grappig hobbywinkeltje binnen, waar ik van alles te horen kreeg over het Textielfestival en alle leuke creatieve workshops die er in Amersfoort te doen zijn. Helaas kwam ik er later achter dat ik daar niet naartoe zou kunnen, omdat ik dan in het buitenland zit, omdat Amersfoort nog geen uurtje met de trein is ga ik wel een keer een workshop volgen vlakbij de koppelpoort.
Na een foto van de Lange Jan in het mooie licht liep ik terug naar het station. Daar hebben we een maaltijd genuttigd (mijn vader en ik) en moesten we helaas een uur extra op de trein wachten. Op zich niet heel vervelend voor de portemonnee, want de reiskosten kunnen we nu voor een gedeelte terug claimen.
Eindelijk kwam de trein. Hoppa — de zware tassen neerzetten en aan tafel. Tot onze verbazing hadden we een plek met een tafeltje, met nog iemand tegenover én naast ons. Het was een beetje oncomfortabel om ineens een tafel te moeten delen met twee andere mensen, maar goed, het is niet anders. Al zittend vervolgde wij onze weg via Duitsland naar Oostenrijk, iets dat ik heel apart vond, is dat er nergens wordt omgeroepen waar de trein precies stopt. De trein stopt, er wordt niets gezegd, en hij vertrekt gewoon weer.
Na ongeveer veertien uur kwamen we aan in Wenen Meidling. Daar hebben we snel een paar boodschappen gedaan, omdat er in het plaatsje waar we zouden overnachten geen winkels zijn. Met de trein gingen we verder naar Payerbach-Reichenau, een station dat al sinds 1854 in gebruik is en in 1875 een officieel stationsgebouw kreeg. In de 20e eeuw werd het een belangrijk station voor zomergasten en toeristen die de bergen in trokken. Er was zelfs een aparte wachtkamer voor de keizerlijke familie.
Rond het station is een klein openluchtmuseum. Je vindt er onder andere een oude Semmering-locomotief uit 1922, die destijds door de bergen reed. Ook staat er een oude smalspoor-elektrische locomotief (E-lok nr. 3) uit 1903; dit zou zelfs een van de oudste bewaard gebleven smalspoor-elektroloks van Europa zijn. Daarnaast stond er een mooie oude gondel van de Raxseilbahn (kabelbaan), uit de periode waarin de Höllentalbahn passagiers vervoerde in combinatie met de kabelbaan. De Raxseilbahn opende in 1926.
Als laatste was er informatie over de Höllentalbahn zelf: een smalspoorlijn (760 mm) vanaf Payerbach richting Hirschwang aan de Rax. Oorspronkelijk gebouwd voor industriële doeleinden (zoals de papierfabriek), maar vanaf 1926 ook gebruikt voor personen- en toeristenvervoer. De reguliere dienstregeling werd in 1963 beëindigd, maar tegenwoordig rijdt er weer een nostalgische museumtrein.
Het station ligt aan de UNESCO-werelderfgoedroute van de Semmeringbahn. Verderop was er een prachtig uitzicht richting de bergen, met daaronder — iets minder romantisch — een begraafplaats waar je boven kon zitten om te genieten van het uitzicht.
Na ons bezoek aan het station pakten we de bus, die ons in een klein kwartiertje naar onze eindbestemming bracht. En daar stonden we dan: voor de “romantische cottage”. De vrouw des huizes had het al meerdere keren herhaald: “Ik welkom jullie in de romantische cottage.”
Het is een schattig houten huisje, volledig gebaseerd op pure romantiek. De douche bevindt zich midden in de slaapkamer, met glazen wanden, en het tweepersoonsbed moeten we delen. Als de één gaat douchen, gaat de ander dus maar even een blokje om. Er staat een leuke open haard en er is centrale verwarming en een kleine vaatwasser.
In de middag zijn we gaan wandelen naar het observatieplatform de Kletschaka-Hohe gewandeld het was een werkelijk prachtig uitzicht over de Oostenrijkse gebergte waar het zelfs nog even begon te sneeuwen. Na thuis komst waren we erg moe we hebben een eenvoudige maaltijd gekookt op de inductieplaat en zelfs de afwas laten staan, want toen ik om zes uur even op bed ging liggen om dingen op te zoeken voor de volgende ochtend, viel ik meteen in slaap. Rond drie uur ’s nachts werden we allebei wakker door het automatische licht in de wc. We dachten dat we daarna niet meer in slaap zouden vallen, maar uiteindelijk werden we pas om tien uur wakker.
Ik ging een klein stukje hardlopen terwijl mijn vader even ging douchen, en daarna vertrokken we richting een hut in de bergen. Althans, dat was het plan: we wilden er naartoe wandelen tot zover het veilig zou zijn. Normaal doe je zo’n wandeling in de zomer, maar er lag veel sneeuw, dus we wilden onszelf niet in gevaar brengen.
Even ter informatie: mijn vader is al 82, en toch ging hij nog even mee de bergen in, richting de 1000 meter hoogte. We liepen langs smalle wegen met harde sneeuw, bladeren die glad waren en wegschoven zodra je erop stapte. De tocht begon nog op een gewone geasfalteerde weg, maar al snel ging het steil omhoog, bezaaid met bladeren. Links van ons stonden een paar paarden in het gras en werden er nog rijtjes huizen gebouwd. Iets verderop kwamen we onze eerste stop tegen, waar we een heerlijk roze gebakje hebben gegeten. Het was een luxe hotel met prachtige gouden details, behang met dieren en een wc vol konijnenprints — echt een grappige ervaring.
Daarna gingen we verder richting de hut. Omdat het seizoen ten einde is, waren de wandelroutes lastig te vinden: er had niemand gelopen, en paden waren moeilijk te zien door de dikke lagen sneeuw en bladeren. Soms zakten onze voeten diep weg. In het begin liepen we verkeerd omhoog, waardoor het enorm steil werd. Ik geloofde eerlijk gezegd niet dat we op de goede route zaten, maar gelukkig vonden we het juiste pad. We liepen langs afgebroken bomen, takken en besneeuwde wegen, met rechts van ons niets meer dan een lange afgrond. Ik ben snel op zoek gegaan naar een stevige stok zodat mijn vader zich in ieder geval ergens op kon afzetten voor wat extra grip. Zelf pakte ik er ook één, voor de zekerheid. Van deze berg moest je echt niet afglijden. Mijn moeder had mij waarschijnlijk argwanend aangekeken zo van wat doe je papa aan...maar ja, mijn vader is eigenwijs — net als ik — en als hij iets wil, heeft ertegenin gaan weinig zin. Na een paar kilometers werd het te gevaarlijk. We namen nog een paar prachtige foto’s, hielden een kleine pauze en besloten daarna onze weg terug naar beneden te vervolgen. Het was een mooie tocht, met een uitzicht dat niemand ons ooit meer kan afpakken. Het was geweldig om vanaf boven de besneeuwde bergen te zien, en de dorpjes die nu zo klein onder ons lagen, ik vond het heel bijzonder om dit met mijn vader mee te mogen maken. We gingen tevreden richting huis — ik wel met een bonkend hart, want we kwamen ook nog blaffende honden tegen, en als ik ergens niet van houd…
In de middag zijn we boodschappen gaan doen in Reichenau an der Rax. Later liepen we in het donker langs een mooi verlicht Musikpavillon en hebben we heerlijk gedineerd in Schloss Stuben, met een gezellig Oostenrijks interieur in kerstsfeer. Met een voetbalwedstrijd en supporters op de achtergrond kwamen we rustig bij. Daarna namen we de bus terug naar huis in plaats van door de kou en het donker. Benieuwd welke dingen wij nog meer in Oostenrijk gaan ondernemen hou de blog in de gaten elke woensdag weer een nieuwe blog online!
Reactie plaatsen
Reacties